‘Ik wou dat ik dat ook kon’. ‘Zij heeft echt een mooi figuur, had ik dat maar’. ‘Moet je die spieren zien, dat wil ik ook’.

Iedereen droomt er wel eens van om een bepaalde prestatie te leveren. We kijken jaloers naar hoe anderen het doen, maar denken dat we zelf niet in staat zijn om dit te bereiken. Het is namelijk veel te moeilijk en daarom blijven we stil zitten. We ondernemen geen actie. Maar waarom? Zijn we bang dat we het niet kunnen? In deze rubriek neem ik jullie mee in het proces dat ik doorlopen op weg naar de marathon van Rotterdam.

In de zomer van 2016 waren de olympische spelen in Rio de Janeiro. Iedere keer wanneer er een groot evenement als deze is slaan mijn gedachten op hol. Ik kijk in deze periode ontzettend veel sport en ben altijd verbaasd wat deze professionals allemaal kunnen. Ik stond met open ogen te kijken naar de marathon van Rio de Janeiro. De winnaar van de gouden medaille ‘Eliud Kipchoge’ liep de marathon (42,2km) in 2 uur en 8 minuten met een snelheid van 19,8km/u!! Wat een afstand, wat een tijd en wat een tempo…

De marathon was iets waar ik weken later nog veel over praatte. Ik vond het echt bizar dat mensen ruim 42 kilometer lang kunnen hardlopen, ZONDER PAUZE! Dat is iets wat ik ook wil kunnen… ‘’Hoe gaaf is het als mijn lichaam zo’n extreme belasting kan leveren’’?

Setting a goal is the first step to change your dream into reality’

In oktober 2016 besloot ik om samen met twee vrienden ons in te schrijven voor de marathon van Rotterdam. Drie jongens die weinig affiniteit hebben met hardlopen gaan op 9 april 2017 de marathon van Rotterdam lopen. Een kleine 7 maanden de tijd om te trainen… De plannen werden gemaakt en het was tijd om actie te ondernemen.

Het is belangrijk om samen afspraken te maken over de invulling van de trainingen. Hoe vaak ga je lopen? Wat voor afstanden ga je lopen? Hoe bouwen we dit op? En met welke snelheid wil je de marathon gaan lopen? (WEET HOE JE TRAINT!!) Pas wanneer je dit goed in beeld kan brengen begin je met trainen.

De eerste 2 maanden…

De eerste twee maanden verliepen eigenlijk heel goed. Ik was super gemotiveerd om de deur uit te stappen en lekker te gaan lopen. Iedere twee weken liep ik steeds een stukje verder, wat mij een enorm voldaan gevoel gaf. Begin december liep ik voor het eerst een halve marathon (21.1km). Een hele prestatie als je bedenkt dat je 8 weken geleden begon met een 12km run.

Ik liep in deze periode drie keer in de week, waarvan twee keer een kleine afstand en één keer een lange afstand. Naast het hardlopen was ik nog fanatiek aan het voetballen, ging ik naar de sportschool en gaf ik groepslessen. In totaal trainde ik 8 á 9 keer in de week. ‘’Ik heb mij nog nooit zo fit gevoeld als nu!’’

De eerste tegenslag…

In december kreeg ik mijn eerste tegenslag te verwerken. Het vele trainen eiste z’n tol en ik liep een knieblessure op. Achteraf gezien had ik eerder al signalen gehad van ‘lichte overtraining’, die ik had genegeerd. De krachten vloeiden weg uit m’n benen. Ik had de weken daarvoor al minder loopvermogen in de voetbalwedstrijden en m’n schotkracht was erg achteruit gegaan. Ik eiste op dat moment te veel van m’n lichaam, wat dus resulteerde in een blessure.

Het was enorm frustrerend om niet te kunnen hardlopen, niet te kunnen voetballen en zelfs niet te kunnen fietsen… Waar de anderen verder gingen met trainen stond ik stil… en ga je zelfs achteruit. Bij deze blessure wist ik dat de klachten niet binnen 1 á 2 weken weer weg zouden zijn. Dit heeft tijd nodig en die tijd moet ik ook echt nemen.

Ik ging naar de mijn fysiotherapeut, Peter van den Belt, die zelf ervaring heeft met het trainen voor een marathon. Hij maakte me er bewust van dat deze extreme duurtraining niet goed samen gaat met voetbal en dat de kans op blessures hierdoor groter was. Ik wist het eigenlijk ook wel… Maar je wilt het beide zo graag, dat je de signalen van je lichaam negeert en hoopt dat het zo lang mogelijk goed gaat.

Uiteindelijk heb ik zes weken stilgestaan. niet kunnen lopen… niet kunnen voetballen… In deze zes weken heb ik veel nagedacht over wat ik wil en waar mijn prioriteiten liggen. Ik heb geen zin om weer geblesseerd te raken, dus moest ik mijn schema aanpassen. Uiteindelijk heb ik er voor gekozen om niet meer drie keer in de week te gaan lopen, maar één keer in de week een lange afstand te lopen.

Eindelijk, we mogen weer!!!

Na zes weken niet te kunnen trainen mocht ik eindelijk weer rustig aan beginnen. Gelukkig kon ik het redelijk snel weer oppakken en had ik maar drie weken nodig om weer op het oude niveau te zitten. Begin februari liep ik al weer een halve marathon. De opluchting was groot en zo was de motivatie ook.

Ik ging iedere donderdagochtend hardlopen. Om 7:00 uur opstaan, ontbijten en om 8:00 uur de deur uit om minimaal 2 uur lang te lopen. De voetbaltrainingen waren altijd op dinsdag en vrijdag, dus dit was het enige moment dat het ook daadwerkelijk kon en ik tevens net genoeg tijd had om te herstellen voor de volgende training.

6 weeks to go….

Met nog zes weken te gaan begon het steeds moeizamer te worden. Ik zag er enorm tegenop om op donderdagochtend weer de deur uit te gaan. Helemaal als ik op woensdagavond het weerbericht zag en er voor de zoveelste keer regen wind is voorspeld voor de donderdag. En daar ging die wekker weer om 07:00 uur… Het eerste wat ik deed is uit het raam kijken en ja hoor, Piet Paulusma had gelijk, weer regen…

Het is nog donker als je de deur uit gaat. Na 10 minuten ben je volledig doorweekt en als je mazzel hebt rijdt er ook nog een auto door een plas met water, gaan je oordopjes kapot waardoor je geen muziek kan luisteren en staat er windkracht 8 die je alle kanten opblaast. En dan te bedenken dat je nog dik 2 uur moet lopen. Het eerste wat in je opkomt is: ‘Zal ik weer omkeren? Ik ben nu toch nog vlakbij m’n huis’. Ik dacht altijd aan die groepsapp… Die jongens hebben gisteren ook gelopen, dus moet ik vandaag ook! Het gevoel dat je verantwoording af moet leggen aan elkaar zorgt ervoor dat je toch doorgaat.

Ondanks dat ik niet meer met de jongens kon trainen, had ik toch het gevoel dat we het met elkaar deden. Soms zagen we elkaar een hele maand niet, maar die groepsapp, waarin we iedere keer aan het zeiken waren over hoe verschrikkelijk het hardlopen dit keer wel niet was, motiveerde mij juist om door te gaan. ‘Nog maar zes weken te gaan… Je mag nu niet meer opgeven’.

Drie weken voor de marathon liepen we samen de 30km. Dit was een grote test om te zien of wij er klaar voor waren. Het was ontzettend zwaar. Na 23km te hebben gelopen voelden we de verzuring al toeslaan in de benen. Alles deed pijn in die laatste 7km, maar we hadden het geflikt!

Na het lopen van deze afstand sprak ik met veel mensen die al eerder een marathon hebben gelopen. Iedereen zegt hetzelfde: ‘’ Als je 30km kan lopen ben je er klaar voor. Die laatste 12,2km loop je wel op karakter’! Nou, ik zal je vertellen dat ik nog nooit met zoveel pijn in m’n benen heb gelopen, die laatste 7km waren echt verschrikkelijk. Laat staan als je straks nog 12,2km verder moet lopen… Maar we hebben de grote test doorstaan en dat gaf een enorm goed gevoel.

Weer een tegenslag….

Nog twee weken tot aan de marathon. Ik was langzaam aan het afbouwen. Op donderdagochtend liep ik 15km op een heel rustig tempo. In die laatste twee weken ben je alleen maar bezig om fit te blijven en geen blessures op te lopen… Tijdens het lopen voelde ik soms wat lichte klachten in m’n knie, maar dat had ik wel vaker. Het trok ook weer weg, dus ik maakte me geen zorgen. Het hardlopen ging goed, alleen daarna werden de klachten steeds erger. Precies de klachten die ik eerder heb gehad speelden weer op. ‘Dit ga je toch niet menen? Nog maar twee weken te gaan en ik raak geblesseerd!’ Ik baalde enorm en met de geschiedenis die ik met deze blessure heb gehad wist ik dat de marathon in gevaar zou komen. Het enige wat ik kon doen was rusten en hopen dat ik tijdig zou herstellen. Godzijdank gebeurde dat ook.

De laatste week voor de marathon

De laatste week voor de marathon wordt ook wel de ‘tapering week’ genoemd. In deze week wordt er niet meer getraind en ga je koolhydraten stapelen. Door veel koolhydraten te eten bouw je reserves op die je nodig hebt bij het lopen van de marathon. De week stond in het teken van goed slapen, goed en veel eten, veel wandelen en fietsen. Bij het lopen van een marathon vraag je ontzettend veel van je lichaam. Je moet jouw lichaam dus enorm goed voorbereiden op deze extreme belasting.

Op zaterdag 8 april gingen we richting Rotterdam. Helaas niet met z’n drieën, omdat één van de jongens moest afhaken wegens een blessure. Dus gingen Jan Wouter en ik met z’n tweeën richting Rotterdam. We zaten 2,5 uur in de auto onze ervaringen uit te delen van de afgelopen 7 maanden. Waar we tijdens de trainingen soms wel konden huilen, konden we er nu heel hard om lachen. ‘Weet je nog toen we die 30km liepen? Drie uur lang lopen door de regen en kou… Gelukkig werden onze tranen verborgen door de regendruppels op ons gezicht’..

We kwamen aan het einde van de middag aan in ons hotel in Lekkerker, 20 minuten rijden van Rotterdam. In de avond gingen we naar Rotterdam om onze startnummers op te halen en de laatste pasta’s naar binnen te werken. Rotterdam ademde de 37e editie van de marathon. Ze waren volop bezig met de voorbereidingen. De zenuwen waren voelbaar. Nog even snel eten en dan terug naar ons hotel om een goede nachtrust te pakken. Morgen is de dag!

De wedstrijddag!!

Om 06:30 uur ging de wekker. Tuurlijk was ik daarvoor al wel wakker. Door de zenuwen slaap je heel onrustig, maar uitgerust was ik wel. Om 7:00 uur ontbijten, vervolgens de spullen pakken en op naar de coolsingel, waar we van start gaan. Om 9:00 uur waren we er. Het was enorm druk, iedereen was gespannen en er heerste een geweldige sfeer. De laatste voorbereiding waren getroffen en we liepen naar ‘Wave 3’ ons startvak. We stonden inclusief alle toeschouwers met ongeveer 100.000 man op de coolsingel. Vlak voor het startschot zong Lee Towers ‘You’ll Never Walk Alone’, daar kreeg je wel even kippenvel van.

Om 10:00 uur gingen de profs van start en om 10:30 uur mochten wij. Alle pijntjes die je vooraf nog had waren bij de eerste meters alweer verdwenen. Daar gingen we…

Het eerste deel van de marathon was echt genieten. Overal, maar dan ook echt overal staan mensen te kijken, te klappen en je aan te moedigen. Na 2,5km zagen we onze familie voor het eerst langs de lijn staan. Geweldig dat ze er zijn om ons te steunen. Wat een ambiance! dit had ik nog nooit meegemaakt, echt geweldig.

Na 18km stond onze familie wederom langs de kant. Ze volgden ons via ‘Livetracker’ op de telefoon. Met de metro zijn ze snel naar het volgende punt gegaan om ons weer te kunnen zien. Vol trots stonden ze ons vooruit te schreeuwen. Dit soort momenten geven je echt een enorme boost.

Voor je het wist was je al halverwege. Ik keek even naar rechts, zag Jan-Wouter naast me lopen en we knikten beide ons hoofd; ‘Ja, het gaat goed’! En we liepen rustig verder. Na 25km begon je de benen wel wat te voelen en dat werd met de kilometer erger. Onderweg zie je mensen die het enorm zwaar hebben. Velen werden bevangen door de warmte. Het was namelijk 21 graden die dag. Niet de meest ideale temperatuur voor een marathon. Gelukkig stonden er drinkposten bij iedere 5km. Veel water drinken was enorm belangrijk en dat wist ik. M’n mag klotste van het water, maar liever dat dan dat ik straks een tekort aan vocht in m’n lichaam heb.

Het werd steeds zwaarder en zwaarder. Bij 35km nam de pijn in de benen toe. ‘Waar is die finish, ik kan niet meer’! En toch ga je maar door, want opgeven doe je gewoon niet meer. Het genieten van de marathon doe je niet mee. Het is echt afzien nu…

Ik was totaal niet bezig met de tijd, tot dat ik de 4:00 uur vlaggen in mijn vizier had. Ik haalde alles uit de kast om die nog in te halen. De kramp schoot mij in de hamstrings en liezen. M’n looptechniek zag er echt verschrikkelijk uit. Als een pasgeboren giraffe die de eerste stappen zet…

En dan loop je de binnenstad in. Daar staan zo ongelofelijk veel mensen. Ze schreeuwen je letterlijk naar de eindstreep. De laatste 500 meter. Het gevoel is met geen pen te beschrijven. De finish is inzicht, Iedereen om je heen is kapot en gebruikt z’n laatste energie om die finish te halen.

En dan zet je een stap over die witte lijn… Je bent gefinisht! Het besef komt als ik Jan-Wouter ook over de finish zie komen. WE DID IT!!!

Ik zit er helemaal doorheen en kan nauwelijks meer op mijn benen staan. Ik zie m’n familie in tranen langs de kant staan. Ze zijn opgelucht, trots en ontzettend blij dat we het gehaald hebben. Ik kan niet ontkennen dat ik ook wat natte ogen had toen ik ze zag.

Het is moeilijk om te beschrijven wat dit allemaal met je doet. Het gevoel dat je jouw doel behaald hebt waar je 7 maanden lang voor getraind. Ik ga ook niet proberen om dat gevoel te beschrijven, dat moet je ervaren… Ik kan je alleen vertellen dat dit het allemaal waard is geweest. Hoe ontzettend zwaar het in die 7 maanden soms ook was, ik had het voor geen goud willen missen. Het was niet alleen geweldig om de marathon te lopen, maar ook ontzettend leerzaam om hier naar toe te werken. Je krijgt te maken met tegenslagen, hoe dan ook. De kunst is om daar weer bovenop te komen en er alles aan te doen om jouw doelstelling te bereiken!

‘Ik wou dat ik dat ook kon’. Blijf niet te lang stil zitten met deze gedachte die in je hoofd rondspookt. Maak van je droom een doelstelling en werk er hard aan om je doelstelling te bereiken.

‘’You won’t regret the things that you have done. You’ll regret the things you haven’t done when you had the chance’’